Opvoeden na partnergeweld

Dit kwalitatieve onderzoek richtte zich op de ondersteuning van kinderen en hun opvoeders, in autochtone en allochtone gezinnen, in de context van geweld in het gezin (vooral partnergeweld). Er is nog weinig aanbod gericht op het versterken van het ouderschap en de opvoedingssituatie bij en na geweld in het gezin. Dit terwijl onderzoek steeds duidelijker aantoont dat kinderen er zeer onder kunnen lijden, als slachtoffer of getuige, maar ook omdat ouders in de context van geweld de opvoeding vaak slecht afgaat. Het ontbreekt aan onderzoek naar de (ondersteunings-)behoeften van kinderen en die van ouders als opvoeders. Bovendien is er nog weinig inzicht in interventies die intergenerationele overdracht van huiselijk geweld kunnen voorkomen. Daarbij ontbrak kennis over hoe in gezinsondersteuning rekening kan worden gehouden met diversiteit. Zeker in de grootstedelijke multi-etnische context kan aan deze vraag niet worden voorbij gegaan. Daarom is in 2009-2010 onderzoek uitgevoerd naar de ondersteuningsbehoeften van kinderen en opvoeders bij en na huiselijk geweld en naar in dit kader geschikte interventies/programma's. Amsterdam was onderzoekslokatie, naast de andere drie grote steden. Het onderzoek is gefinancierd door de G4, het ministerie van Justitie en de Stichting Kinderpostzegels Nederland en uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut, onder leiding van prof. dr. T. Pels. Vanuit de Kenniswerkplaats is bijgedragen aan verspreiding van de resultaten, door artikelen en factsheets op de site van de Kenniswerkplaats Tienplus en een kennisatelier ten behoeve van beleidsmakers en koepelorganisaties (24 november 2011).

Publicatie: Opvoeden na partnergeweld. Ondersteuning van moeders en jongeren van diverse afkomst